Terug naar Kennisbank

Schildklieraandoeningen: hypo- en hyperthyreoïdie

Symptomen, oorzaken, diagnose en behandeling van de meest voorkomende schildklieraandoeningen — van Hashimoto tot Graves.

Redactie Hormoonspecialist in de Buurt13 minuten leestijd
Echo-onderzoek van de schildklier bij een patiënt

Je schildklier is een klein vlindervormig orgaan van nog geen 20 gram in je hals, maar de invloed op je lichaam is enorm. Wanneer hij te weinig of juist te veel hormonen maakt, merk je dat in vrijwel elk orgaansysteem: van gewicht en energie tot hartritme, stemming, vruchtbaarheid en darmwerking. Schildklieraandoeningen komen in Nederland bij ongeveer 5–10% van de volwassenen voor — bij vrouwen zelfs 5× vaker dan bij mannen.

In dit artikel lees je alles over hypothyreoïdie (trage schildklier), hyperthyreoïdie (snelle schildklier), Hashimoto, de ziekte van Graves, schildkliernoduli en schildklierkanker. Je leert welke symptomen je moet herkennen, welke bloedwaarden ertoe doen en hoe een hormoonspecialist je behandelt — zodat je klachten effectief aangepakt worden.

Wat is de schildklier en wat doet hij?

De schildklier (glandula thyroidea) ligt aan de voorzijde van je hals, net onder het strottenhoofd, en bestaat uit twee kwabben die door een smalle brug (istmus) verbonden zijn. Hij produceert twee hoofdhormonen: thyroxine (T4) en tri-joodthyronine (T3). T4 is de meest geproduceerde vorm, maar T3 is 4× actiever — je lichaam zet T4 op diverse plekken om in T3 zodra het nodig is.

Deze hormonen regelen je basale stofwisseling: de snelheid waarmee cellen energie verbruiken. Ze beïnvloeden:

  • Lichaamstemperatuur — koude handen en voeten wijzen vaak op een trage schildklier.
  • Hartritme en bloeddruk — een snelle schildklier jaagt je polsslag op tot boven 100.
  • Gewicht en eetlust — T3/T4 sturen hoeveel calorieën je verbrandt in rust.
  • Spijsvertering en darmperistaltiek — traag = obstipatie, snel = diarree.
  • Stemming en concentratie — te weinig geeft depressieve klachten; te veel geeft onrust en prikkelbaarheid.
  • Menstruatiecyclus en vruchtbaarheid — zware menstruaties bij hypo, uitblijven bij hyper.
  • Huid, haar en nagels — droge huid en haaruitval bij hypo; fijn en breekbaar haar bij hyper.

De aansturing gebeurt via de hypothalamus-hypofyse-schildklier-as. Je hypofyse meet T4 in het bloed en scheidt TSH (thyreoïdstimulerend hormoon) af om de schildklier bij te sturen. Bij een trage schildklier stijgt TSH (de hypofyse “schreeuwt” om meer hormoon); bij een snelle schildklier daalt TSH sterk omdat er al te veel is.

Hypothyreoïdie: de trage schildklier

Bij hypothyreoïdie produceert je schildklier te weinig T4 en T3. De prevalentie in Nederland ligt rond de 4% bij vrouwen en 1% bij mannen, en neemt toe met de leeftijd — bij 60-plussers zelfs 8–10%. De klachten ontwikkelen zich vaak sluipend over maanden tot jaren, waardoor de diagnose geregeld laat gesteld wordt.

Typische symptomen:

  • Vermoeidheid die niet overgaat met meer slaap
  • Gewichtstoename van 3–10 kg zonder dat je meer eet
  • Koude intolerantie (handen en voeten koud, behoefte aan extra dekens)
  • Trage darmen, obstipatie
  • Droge huid, broos haar, haaruitval (vooral bij de buitenste wenkbrauwen)
  • Zware, langdurige menstruaties; verminderde vruchtbaarheid
  • Depressieve klachten, mentale traagheid (“hersenmist”)
  • Gewrichtspijnen en spierstijfheid
  • Zachte, gezwollen gelaatstrekken; hees worden van de stem
  • Trage hartslag (bradycardie onder 60 slagen/minuut)

Oorzaken van hypothyreoïdie:

  • Hashimoto-thyreoïditis — auto-immuun, goed voor ±80% van alle gevallen in Nederland.
  • Postpartum-thyreoïditis — treedt op bij 5–10% van de vrouwen binnen een jaar na de bevalling.
  • Jodiumtekort — zeldzaam in Nederland dankzij gejodeerd bakkerszout, maar komt voor bij streng veganistisch dieet zonder zeewier.
  • Na behandeling van hyperthyreoïdie — radioactief jodium of schildklieroperatie leidt vaak tot blijvende hypothyreoïdie.
  • Medicatie — lithium, amiodaron en sommige kankermedicijnen (checkpointremmers) kunnen de schildklier remmen.
  • Congenitaal — aangeboren, wordt opgespoord bij de hielprik.
  • Secundaire hypothyreoïdie — hypofyseprobleem waarbij er te weinig TSH wordt aangemaakt (zeldzaam).

Hyperthyreoïdie: de snelle schildklier

Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel hormoon aan. De klachten komen meestal sneller op dan bij hypothyreoïdie en zijn vaak duidelijker voelbaar. In Nederland krijgt ongeveer 1–2% van de vrouwen en 0,2% van de mannen hiermee te maken. Onbehandelde hyperthyreoïdie kan ernstige hartritmestoornissen (atriumfibrilleren) en versnelde botontkalking veroorzaken.

Typische symptomen:

  • Hartkloppingen, rustpols boven 90 slagen/minuut
  • Onverklaard gewichtsverlies (3–10 kg in enkele maanden) ondanks goede eetlust
  • Overmatig transpireren, warmte-intolerantie
  • Trillende handen (fijne tremor), spierzwakte
  • Onrust, prikkelbaarheid, slapeloosheid
  • Diarree of frequente, zachte ontlasting
  • Kortademigheid bij lichte inspanning
  • Oogklachten: uitpuilende ogen (exophthalmus) bij Graves
  • Onregelmatige of afwezige menstruatie
  • Haaruitval en fijn, krachteloos haar

Oorzaken van hyperthyreoïdie:

  • Ziekte van Graves — auto-immuunziekte, verantwoordelijk voor 60–80% van de gevallen.
  • Toxisch multinodulair struma — meerdere knobbels die zelfstandig hormoon produceren; komt vooral voor na het 50e levensjaar.
  • Toxisch adenoom — één autonome nodulus die ongecontroleerd T4 maakt.
  • Thyreoïditis — tijdelijke ontsteking (subacuut, postpartum of “stille”) waarbij opgeslagen hormoon vrijkomt.
  • Te hoge dosis levothyroxine — iatrogeen, te herkennen aan laag TSH bij hoge vrije T4.
  • Jodiumoverbelasting — na contrastvloeistof (CT-scan) of amiodaron kan een latente hyperthyreoïdie manifest worden.

Hashimoto-thyreoïditis in detail

Hashimoto-thyreoïditis (chronisch lymfocytaire thyreoïditis) is de meest voorkomende auto-immuunziekte van de schildklier. Je immuunsysteem maakt antistoffen tegen schildklierweefsel — vooral tegen het enzym thyreoperoxidase (anti-TPO) en tegen thyreoglobuline (anti-TG). Geleidelijk wordt gezond weefsel vervangen door littekenweefsel en de hormoonproductie zakt.

De ziekte komt 7–10× vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en openbaart zich meestal tussen het 30e en 60e levensjaar. Erfelijke aanleg speelt een grote rol: heb je een ouder of zus met Hashimoto, dan is je eigen risico ongeveer 25%. Andere risicofactoren zijn zwangerschap, hoge jodium-inname, roken (stoppen verbetert antistofwaarden) en extreme stress.

Kenmerken bij diagnose:

  • Verhoogd TSH (vaak > 4,5 mU/L), verlaagde of nog normale vrije T4
  • Anti-TPO positief bij > 90% van de patiënten (vaak titers > 100 IU/mL)
  • Echo toont diffuus hypoechogeen patroon, soms pseudo-nodulair
  • Mogelijk iets vergrote of juist gekrompen schildklier (atrofische vorm)

Hashimoto kan eerst tijdelijk hyperthyroid beginnen (“Hashitoxicosis”) doordat ontstoken cellen opgeslagen hormoon vrijlaten, voordat uiteindelijk hypothyreoïdie ontstaat. Ook komt het in combinatie voor met andere auto-immuunziekten zoals coeliakie, vitiligo, type 1 diabetes en pernicieuze anemie — altijd screenen als je symptomen hebt.

Ziekte van Graves en TSI-antilichamen

De ziekte van Graves (Basedow) is de auto-immune spiegel van Hashimoto: in plaats van remmende produceert je lichaam TSH-receptor­ stimulerende antistoffen (TSI of TRAb). Deze antistoffen binden aan dezelfde receptor waar TSH normaal op werkt en zetten de schildklier continu aan tot hormoonproductie. TSH zelf raakt daardoor bijna volledig onderdrukt.

Graves kent drie klassieke verschijnselen:

  • Hyperthyreoïdie met forse klachten (zie symptomenlijst hierboven).
  • Endocriene orbitopathie — uitpuilende ogen, dubbelbeelden, droge/geïrriteerde ogen bij 25–50% van de patiënten. Roken verdubbelt dit risico.
  • Pretibiaal myxoedeem — zeldzame, schilferige huidverdikking aan de schenen (< 5% van de gevallen).

De diagnose wordt bevestigd met verhoogde vrije T4 en T3, onderdrukt TSH (< 0,1 mU/L) en positieve TSI/TRAb. Een schildklierscintigrafie toont diffuus verhoogde opname. Graves kan in remissie gaan: na 12–18 maanden thyreostatica is ongeveer 30–40% langdurig klachtenvrij. De anderen krijgen recidief en kiezen voor definitieve behandeling (radioactief jodium of chirurgie).

Schildkliernoduli: goedaardig vs. kwaadaardig

Schildkliernoduli (knobbeltjes) komen extreem vaak voor. Bij volwassenen voelt de arts bij 4–7% een nodulus, maar op echo wordt bij tot 60% van de 60-plussers een knobbel gevonden. Meestal is het toevallig ontdekt bij onderzoek om een andere reden. Gelukkig is 90–95% goedaardig.

Beoordeling gebeurt via het TIRADS-systeem (Thyroid Imaging Reporting and Data System), waarbij de echo naar compositie, echogeniciteit, vorm, rand en verkalkingen kijkt. TIRADS 1–2 is vrijwel zeker goedaardig en hoeft geen punctie; TIRADS 4–5 heeft een verhoogd risico en vereist fijne-naald-aspiratie (FNA). De cytologische uitslag wordt met de Bethesda-classificatie (I–VI) gerapporteerd.

Alarmerende kenmerken die verder onderzoek rechtvaardigen:

  • Snelle groei (> 20% in doorsnede binnen 6 maanden)
  • Hardheid, slechte beweeglijkheid bij palpatie
  • Heesheid of slikklachten door druk op de omliggende structuren
  • Micro-calcificaties op echo
  • Vergrote lymfeklieren in de hals
  • Familiegeschiedenis van schildklierkanker of MEN2-syndroom
  • Eerdere bestraling van hals of hoofd in de jeugd

Schildklierkanker: types en behandeling

Schildklierkanker is relatief zeldzaam — in Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 850 mensen de diagnose — maar de cijfers stijgen, vooral door betere beeldvorming die kleinere tumoren opspoort. De prognose is doorgaans uitstekend: de 10-jaarsoverleving bij de meest voorkomende vormen ligt boven de 95%.

Vier hoofdtypes:

  • Papillair carcinoom — 80% van alle gevallen, groeit langzaam, reageert goed op chirurgie en radioactief jodium.
  • Folliculair carcinoom — 10–15%, wat agressiever, kan uitzaaien naar longen en botten.
  • Medullair carcinoom — 3–5%, uitgaand van de C-cellen; erfelijke vorm bij MEN2, vereist genetisch onderzoek.
  • Anaplastisch carcinoom — < 2%, zeer agressief, meestal bij ouderen; prognose helaas slecht.

De standaardbehandeling is thyreoïdectomie (volledige of gedeeltelijke verwijdering van de schildklier), gevolgd door radioactief jodium (I-131) om restcellen te vernietigen. Na de operatie krijg je levenslang levothyroxine, vaak in een licht onderdrukkende dosering om TSH laag te houden (dat stimuleert eventuele rest­cellen niet). Follow-up gebeurt met thyreoglobuline-bepalingen en echo-controles.

Schildklier en zwangerschap

Tijdens de zwangerschap stijgt de behoefte aan schildklierhormoon met 30–50%. De foetus maakt de eerste 12 weken nog geen eigen hormoon en is volledig afhankelijk van jouw T4 voor de hersenontwikkeling. Onbehandelde hypothyreoïdie verhoogt het risico op miskraam, vroeggeboorte, pre-eclampsie en een lager IQ bij het kind.

Belangrijke aandachtspunten:

  • Vrouwen met bekende schildklieraandoening moeten vóór de conceptie optimaal ingesteld zijn (TSH < 2,5 mU/L).
  • Bij bekende hypothyreoïdie verhoogt de hormoonspecialist de levothyroxine­dosis vaak direct met 25–30% bij positieve zwangerschapstest.
  • TSH en vrije T4 worden elke 4–6 weken gecontroleerd gedurende de hele zwangerschap.
  • Bij Graves wordt vaak overgestapt van methimazol naar propylthiouracil (PTU) in het eerste trimester.
  • Postpartum-thyreoïditis treft 5–10% van de vrouwen; denk eraan bij onverklaarbare vermoeidheid of stemmingsklachten na de bevalling.
  • Borstvoeding is verenigbaar met levothyroxine en lage doses thyreostatica.

Diagnose: welke testen doet je hormoonspecialist?

De eerste stap is altijd bloedonderzoek. TSH is de gevoeligste screeningswaarde: zelfs kleine afwijkingen in de schildklier zorgen al voor duidelijke TSH-verandering. Afhankelijk van de uitslag volgt een uitgebreider panel.

  • TSH — referentie 0,4–4,0 mU/L; verhoogd = trage schildklier, verlaagd = snelle.
  • Vrije T4 (fT4) — referentie 12–22 pmol/L; bepaalt de ernst van de stoornis.
  • Vrije T3 (fT3) — referentie 3,1–6,8 pmol/L; aangevraagd bij vermoeden hyperthyreoïdie (T3-toxicosis).
  • Anti-TPO — bevestigt Hashimoto; positief bij titers boven 35 IU/mL.
  • Anti-TG — aanvullende auto-immuunmarker, ook van belang bij follow-up schildklierkanker.
  • TSI / TRAb — bevestigt Graves; stijging voorspelt terugval.
  • Thyreoglobuline — tumormarker na operatie bij schildklierkanker.
  • Calcitonine — verhoogd bij medullair carcinoom.

Beeldvorming bestaat uit:

  • Echo van de schildklier — basisonderzoek bij alle noduli en struma; geen straling, herhaalbaar.
  • TIRADS-score — standaardisatie van echobevindingen om risico op maligniteit in te schatten.
  • Fijne-naald-aspiratie (FNA) — cytologisch onderzoek van verdachte noduli; uitslag volgens Bethesda-systeem.
  • Schildklierscintigrafie — technetium- of jodiumscan onderscheidt “hete” (actieve) van “koude” (niet-actieve) noduli.
  • CT/MRI van hals en thorax — bij verdenking op doorgroei of bij retrosternale uitbreiding.

Meer weten over de rol van een endocrinoloog? Lees ons artikel over wat een hormoonspecialist doet of de basis van hormonen.

Behandelmogelijkheden per aandoening

Levothyroxine (L-T4) is de standaardbehandeling bij hypothyreoïdie. Het is een synthetische variant van T4 en komt in veel doseringen voor (25–200 µg). De richtlijn: neem het 's ochtends nuchter in met water, minstens 30 minuten voor ontbijt. Calcium, ijzer, koffie en soja-producten belemmeren de opname. Controle na 6–8 weken via TSH; daarna 1× per 6–12 maanden bij stabiele instelling.

Bij hyperthyreoïdie zijn er drie hoofdopties:

  • Thyreostatica — methimazol (Strumazol) 20–40 mg/dag of PTU. Onderdrukken de hormoonproductie; eerste keuze bij Graves voor 12–18 maanden. Controleer periodiek op leukopenie (zeldzame ernstige bijwerking).
  • Radioactief jodium (I-131) — wordt door schildkliercellen opgenomen en vernietigt ze. Eenmalige orale dosis, doorgaans effectief. Je moet 1 week afstand houden van kinderen en zwangere vrouwen. Zwangerschap is tot 6 maanden daarna afgeraden.
  • Thyreoïdectomie — chirurgische verwijdering van (deel van) de schildklier. Eerste keus bij grote struma, zwangerschap met ernstige hyperthyreoïdie, of verdenking op kanker. Na volledige verwijdering levenslang levothyroxine.

Bij aanvullende klachten schrijft de arts soms een bètablokker(propranolol 40–80 mg) voor om hartkloppingen, tremor en onrust snel te dempen terwijl de thyreostatica aanslaan. Dit is symptomatisch, niet oorzakelijk.

Leefstijl en voeding bij schildklierklachten

Medicatie is de hoeksteen van de behandeling, maar leefstijl ondersteunt de werking. Belangrijke aandachtspunten:

  • Jodium — Nederlanders krijgen voldoende via gejodeerd bakkerszout, melkproducten en zeevis. Overdoseren (kelp- of zeewiertabletten) kan bij Hashimoto de antistoffen juist aanjagen.
  • Selenium — co-factor voor het omzetten van T4 naar T3 en voor antioxidatie. Studies tonen dat 100–200 µg/dag anti-TPO met 20–40% kan verlagen. Paranoten (2–3 per dag) leveren al ongeveer 100 µg.
  • Gluten en Hashimoto — bij bewezen coeliakie (komt 3–4× vaker voor bij Hashimoto) is glutenvrij eten een must. Bij alleen Hashimoto is bewijs voor glutenvrij dieet beperkt; een proefperiode van 3 maanden is een redelijke test.
  • IJzer en vitamine D — tekorten belemmeren schildklierfunctie. Laat bij Hashimoto ferritine en 25-OH-vitamine D meten.
  • Soja — kan de opname van levothyroxine met tot 40% verminderen; houd 4 uur afstand tussen soja-producten en je pil.
  • Goitrogene groenten — rauwe kool, bloemkool en broccoli remmen heel licht de jodium-opname, maar alleen in extreme hoeveelheden problematisch. Koken maakt goitrogenen grotendeels onschadelijk.
  • Slaap en stress — chronisch slaaptekort en hoge cortisol verstoren de T4-naar-T3-omzetting en versterken auto-immune activiteit.
  • Beweging — 150 minuten matige inspanning per week ondersteunt stofwisseling, botdichtheid (extra belangrijk bij doorgemaakte hyperthyreoïdie) en stemmingsbalans.
  • Roken — vergroot het risico op oogklachten bij Graves 2–3×; stoppen is de sterkste ingreep voor bescherming.

Voor begeleiding en specialistische zorg vind je hormoonspecialisten in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag — filter in onze directory op “Schildklierspecialist” om gericht te zoeken. Verdiep je daarnaast in ons artikel over menopauze en perimenopauze, want schildklier- en overgangsklachten overlappen vaak.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen hypothyreoïdie en hyperthyreoïdie?

Hypothyreoïdie betekent een trage schildklier die te weinig hormonen maakt: je voelt je moe, hebt het snel koud, komt aan en bent mentaal traag. Hyperthyreoïdie is een overactieve schildklier met te veel hormonen: je valt af, transpireert, hebt hartkloppingen en bent onrustig.

Gaat Hashimoto-thyreoïditis ooit over?

Hashimoto is een auto-immuunziekte die niet volledig verdwijnt. De schildklier blijft langzaam afnemen, maar met levothyroxine-substitutie kun je prima leven. Antistoffen (anti-TPO) kunnen in aantal schommelen, maar de schade aan het schildklierweefsel is niet omkeerbaar.

Welke bloedwaarden vraag je aan bij een schildklieronderzoek?

Standaard TSH en vrije T4. Bij afwijkingen of klachten volgt vrije T3, anti-TPO, anti-TG en bij verdenking op Graves ook TSI. Referentiewaarden: TSH 0,4–4,0 mU/L, vrije T4 12–22 pmol/L, vrije T3 3,1–6,8 pmol/L.

Is een schildkliernodulus gevaarlijk?

De meeste knobbeltjes (90–95%) zijn goedaardig. De TIRADS-classificatie op echo en eventueel een punctie bepalen het risico. Pas bij TIRADS 4–5 of verdachte cytologie volgt extra onderzoek. Jaarlijkse echo is vaak voldoende monitoring bij onschuldig ogende nodules.

Moet ik mijn jodium- of selenium-inname verhogen bij schildklierklachten?

Niet zomaar. Nederland heeft voldoende jodium via gejodeerd bakkerszout; extra supplementen kunnen bij Hashimoto juist schadelijk zijn. Selenium (100–200 µg/dag) kan bij bewezen tekort en auto-immune thyreoïditis anti-TPO-titers verlagen, maar bespreek dit altijd met je hormoonspecialist.

Conclusie

Schildklieraandoeningen zijn veelvoorkomend, goed te diagnosticeren met gerichte bloedtesten en echografie, en in vrijwel alle gevallen uitstekend te behandelen. Belangrijker nog: hoe sneller de diagnose, hoe kleiner de lichamelijke schade door jarenlang scheefliggende hormoonspiegels.

Herken je symptomen van hypo- of hyperthyreoïdie? Bespreek ze met je huisarts en vraag om TSH, vrije T4 en bij afwijkingen anti-TPO. Blijven de klachten ondanks behandeling, of zijn er andere hormonale vraagstukken in het spel, vraag dan om verwijzing naar een specialist. Gebruik onze directory om een hormoonspecialist bij jou in de buurt te vinden met ervaring in schildklierzorg.