Testosterontekort bij mannen: oorzaken en therapie
Hoe je een laag testosteron herkent, de diagnose en de moderne behandelopties voor mannen met hypogonadisme.

Je libido is onzichtbaar, je energie is op, je herstel na een training duurt dagen en je stemming zakt in zonder duidelijke reden. Steeds meer mannen tussen de 35 en 65 herkennen zich in dit beeld — en een aanzienlijk deel blijkt een echt testosterontekort te hebben, medisch hypogonadisme genoemd.
In dit artikel lees je wat testosteron doet, wanneer een daling normaal is en wanneer er sprake is van een pathologisch tekort. Je ontdekt hoe de diagnose wordt gesteld, welke bloedwaarden ertoe doen, wanneer TRT (testosteron substitutie therapie) zinvol is — en welke leefstijl- ingrepen je testosteron soms met 15–30% laten stijgen zonder medicatie.
Wat is testosteron en wat doet het?
Testosteron is het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon. Het wordt voor ongeveer 95% gemaakt in de Leydig-cellen van de testikels, onder aansturing van LH (luteïniserend hormoon) uit de hypofyse. De overige 5% komt uit de bijnieren. Vrouwen hebben ook testosteron nodig, maar in een 10–15× lagere concentratie.
De functies van testosteron reiken veel verder dan libido alleen:
- Libido en seksuele functie — zin in seks, spontane ochtenderecties, erectieve functie.
- Spiermassa en -kracht — stimuleert eiwitsynthese en herstel na training.
- Botdichtheid — voorkomt osteoporose; mannen met hypogonadisme hebben 2–3× verhoogd fractuurrisico.
- Stemming en cognitie — beïnvloedt dopamine, serotonine, motivatie en ruimtelijk inzicht.
- Erytropoëse — stimuleert aanmaak van rode bloedcellen; daarom hebben mannen gemiddeld een hogere hematocriet dan vrouwen.
- Vetverdeling — onderdrukt opslag van visceraal buikvet en stimuleert vrije vetzuuroxidatie.
- Energie en slaap — lage waarden geven overdag moeheid en oppervlakkige slaap.
Normale daling met leeftijd vs. hypogonadisme
Vanaf ongeveer het 30e levensjaar daalt het totaal testosteron bij mannen gemiddeld met 0,8–1% per jaar. Dat is biologisch normaal en heet late-onset hypogonadism alleen als het gepaard gaat met klachten én lage bloedwaarden. Een gezonde 70-jarige heeft vaak nog steeds waarden ruim boven de ondergrens van 12 nmol/L.
Pathologisch hypogonadisme verloopt anders: de daling is steiler, begint vaak vóór de 50, en er zit een specifieke oorzaak achter — obesitas, type 2 diabetes, een hypofyseprobleem of genetische aanleg. Het verschil maken is belangrijk, want alleen in het tweede geval is behandeling zinvol.
Hoe vaak komt testosterontekort voor?
Schattingen lopen uiteen, maar de meeste Europese cohortstudies (EMAS, HIM) vinden:
- 2–6% van mannen van 40 jaar en ouder heeft symptomatisch hypogonadisme.
- ~20% van mannen boven de 60 heeft lage waarden; niet iedereen daarvan heeft ook klachten.
- 30–50% van mannen met obesitas (BMI > 30) heeft een laag totaal testosteron.
- Tot 40% van mannen met type 2 diabetes voldoet aan de biochemische criteria.
- Ook bij slaapapneu (OSAS) is de prevalentie fors verhoogd.
Hypogonadisme is met andere woorden sterk verweven met metabole gezondheid. Wie zijn gewicht, slaap en suikerstofwisseling op orde heeft, houdt meestal ook zijn testosteron op peil.
Primair vs. secundair hypogonadisme
Artsen delen testosterontekort in twee categorieën, afhankelijk van de plek waar het probleem zit:
- Primair (testiculair) — de testikels zelf produceren te weinig. LH en FSH zijn compensatoir verhoogd. Oorzaken: Klinefelter-syndroom (XXY), testistrauma, chemotherapie, bestraling, undescended testes, mumps-orchitis.
- Secundair (centraal, hypofysair/hypothalaam) — de aansturing vanuit de hersenen faalt. LH en FSH zijn laag of normaal-laag. Oorzaken: hypofyseadenoom, prolactinoom, obesitas, opioïden, anabole steroïden, hoge cortisol, ijzerstapeling (hemochromatose).
Het onderscheid bepaalt de behandeling: bij primair hypogonadisme is TRT meestal de enige optie, terwijl bij secundaire vormen soms de onderliggende oorzaak aanpakken (afvallen, opioïden stoppen, prolactinoom behandelen) voldoende is om productie te herstellen.
Symptomen van een laag testosteron
Klachten ontstaan vaak sluipend over 1–3 jaar. Veel mannen schuiven ze af op stress of werk. De klassieke trias is libidoverlies, vermoeidheid en spierkrachtsverlies. Op detailniveau:
- Seksueel — minder zin in seks, minder spontane ochtenderecties, erectieproblemen, minder intens orgasme.
- Fysiek — spiermassaverlies (vooral romp en schouders), toename van buikvet, verminderde spierkracht, minder herstel na training.
- Mentaal — stemmingsklachten die op milde depressie lijken, verminderde motivatie, prikkelbaarheid, “flat affect”.
- Cognitie — concentratieproblemen, verminderde ruimtelijke oriëntatie, trager reageren.
- Slaap — oppervlakkige slaap, frequent ontwaken, nachtzweten (óók bij mannen).
- Lichaamsbouw — gynaecomastie (borstvorming door relatieve oestrogeendominantie), verlies van lichaamsbeharing.
- Bot — op termijn osteopenie en osteoporose, soms pas ontdekt na een fractuur.
- Vitaliteit — warmteintolerantie, opvliegers (bij fors tekort), minder energie voor sociale activiteiten.
Belangrijk: deze klachten overlappen sterk met slaaptekort, depressie, schildklierproblemen en burn-out. Alleen bloedonderzoek kan uitsluiten of bevestigen dat testosteron de oorzaak is.
Oorzaken en risicofactoren
De meest voorkomende oorzaken in de Nederlandse praktijk:
- Leeftijd — biologische daling van 0,8–1% per jaar vanaf 30.
- Obesitas — vetweefsel zet testosteron om in oestrogeen via aromatase; geeft secundaire onderdrukking.
- Type 2 diabetes en insulineresistentie — verlagen zowel totaal als vrij testosteron.
- Obstructieve slaapapneu (OSAS) — fragmenteert diepe slaap, waarin de belangrijkste testosteronpieken plaatsvinden.
- Klinefelter-syndroom (XXY) — aangeboren, komt voor bij 1 op de 500–1000 mannen; vaak pas ontdekt bij vruchtbaarheidsproblemen.
- Testiculaire schade — trauma, torsie, chemotherapie, bestraling, mumps-orchitis.
- Hypofyseproblemen — adenomen, prolactinomen, hypofysitis, hoofdtrauma of na radiotherapie.
- Opioïden — chronisch gebruik van oxycodon, tramadol en morfine onderdrukt de HPG-as fors.
- Anabole steroïden (misbruik) — nadat je stopt blijft de eigen productie soms jaren onderdrukt.
- Chronische ziekte — nierfalen, leverfalen, COPD, HIV, kanker, hartfalen.
- Glucocorticoïden — langdurig prednison remt LH en daarmee testosteron.
- Hemochromatose — ijzerstapeling die de hypofyse beschadigt.
Diagnose: bloedwaarden en protocol
De diagnose hypogonadisme wordt nooit gesteld op één enkele meting. De Europese richtlijnen (EAU, ESE, ISA) schrijven voor:
- 2× nuchter ochtendbloedafname tussen 07:00 en 10:00 uur, minstens 1 week uit elkaar.
- Totaal testosteron — referentiegebied doorgaans 8–30 nmol/L. Waarden herhaaldelijk onder de 8 nmol/L wijzen sterk op hypogonadisme; tussen 8–12 nmol/L zit een “grijze zone”.
- SHBG (sex hormone-binding globulin) — bepaalt hoeveel testosteron biologisch beschikbaar is.
- Vrije testosteron-index — berekend uit totaal testosteron en SHBG; relevant bij obesitas (lage SHBG) of leverproblemen (hoge SHBG).
- LH en FSH — om primair van secundair te onderscheiden.
- Prolactine — verhoogd bij prolactinoom of medicatie (neuroleptica, metoclopramide).
Bij een twijfelachtige uitslag in de grijze zone 8–12 nmol/L wordt soms een derde meting gedaan, of een dynamische test (hCG-stimulatie) overwogen. Symptomen wegen hierbij zwaarder dan een getal op zichzelf.
Aanvullend onderzoek
Omdat laag testosteron vaak samenhangt met bredere metabole problemen, vraagt een goede hormoonspecialist standaard aan:
- Nuchter glucose en HbA1c — screenen op diabetes en prediabetes.
- Lipidenprofiel — totaal cholesterol, LDL, HDL, triglyceriden.
- PSA (prostaatspecifiek antigeen) — als baseline vóór eventuele TRT.
- Hematocriet en hemoglobine — vooral belangrijk vóór en tijdens TRT.
- TSH en vrije T4 — schildklierproblemen geven vergelijkbare klachten.
- Vitamine D, ijzer/ferritine, B12 — veel mannen met hypogonadisme hebben bijkomende deficiënties.
- DEXA-scan — bij klachten langer dan 1 jaar of bij fracturen: botdichtheid meten.
- Slaaponderzoek — bij snurken, overgewicht of vermoeidheid overdag.
- MRI-hypofyse — bij lage LH/FSH met zeer laag testosteron, of verhoogd prolactine.
Lees meer over gerelateerde hormoonassen in onze kennisbank: hormonen uitgelegd — de basis en wat doet een hormoonspecialist.
TRT: testosteron substitutie therapie
Als de diagnose staat en de klachten invloed hebben op je leven, is TRT (testosteron substitutie therapie) de standaardbehandeling. Doel: het totaal testosteron stabiel in het middelste derde van het normale bereik brengen (ongeveer 15–25 nmol/L) en klachten verminderen.
De meest gebruikte toedieningsvormen in Nederland:
- Injectie testosteron undecanoaat (Nebido) — 1000 mg intramusculair elke 10–14 weken. Stabiele spiegels, handig, maar niet snel terug te draaien bij bijwerkingen.
- Injectie Sustanon 250 — mengsel van 4 esters, elke 2–3 weken. Grotere piek-dal schommeling; veel mannen merken energiegolven.
- Testosteron-gel (Testogel, Tostran, Androgel) — dagelijks aanbrengen op schouder of bovenarm. Fijn instelbaar, wel overdrachtsrisico naar partner/kinderen bij huidcontact.
- Pleisters — minder populair vanwege huidirritatie, nog wel verkrijgbaar.
- Orale en buccale vormen — zelden voorgeschreven vanwege leverbelasting of onstabiele spiegels.
Verwachte voordelen na 3–6 maanden: libido en erecties herstellen meestal als eerste (3–6 weken), gevolgd door stemming en energie (2–3 maanden). Spiermassa en botdichtheid verbeteren pas zichtbaar na 6–12 maanden consequent gebruik.
Monitoring tijdens TRT
TRT is geen “zet-en-vergeet”-therapie. Het standaard controleschema:
- Na 3 maanden — testosteronspiegel (dalwaarde vóór volgende injectie of willekeurig bij gel), hematocriet, PSA, klachten.
- Na 6 maanden — herhaal labwaarden, evalueer dosering.
- Na 12 maanden en daarna jaarlijks — uitgebreide controle: hematocriet, PSA, lipiden, bloeddruk, gewicht, DEXA-scan indien relevant.
- Hematocriet > 52% — TRT tijdelijk staken of dosering verlagen; eventueel aderlaten (flebotomie).
- PSA-stijging > 1,4 ng/mL in 1 jaar — verwijzing uroloog vóór verder doseren.
Let op: streven naar “supranormale” waarden (boven 30 nmol/L) hoort niet bij TRT — dat is doping, niet therapie, en verhoogt risico op polycytemie, acné, haaruitval en hart- en vaatziekten.
Contra-indicaties en kinderwens
TRT mag niet (of alleen onder strikte specialistische controle) bij:
- Actieve prostaatkanker of mammacarcinoom bij de man.
- Hematocriet > 54% vóór start.
- Ernstig hartfalen (NYHA III-IV) — vocht- en zoutretentie is gevaarlijk.
- Onbehandelde ernstige slaapapneu — eerst CPAP starten.
- Actieve kinderwens — TRT onderdrukt LH en FSH, en daarmee spermatogenese. Spermaconcentraties dalen binnen 3–6 maanden vaak richting 0.
Bij kinderwens kies je alternatieven die de eigen as juist stimuleren:
- Clomifeencitraat (off-label) — 25–50 mg per dag of om de dag; stimuleert LH- en FSH-afgifte, verhoogt eigen testosteron met gemiddeld 60–100%.
- hCG-injecties — mimeren LH, activeren Leydig-cellen direct.
- Recombinant FSH — in combinatie met hCG als spermatogenese onvoldoende herstelt.
- Aromataseremmer (anastrozol, off-label) — zelden, bij relatief hoge oestradiol en laag testosteron.
Meer over vruchtbaarheid bij mannen en vrouwen lees je in het artikel vruchtbaarheid en hormonen.
Leefstijl en supplementen
Bij grijze-zone-waarden (8–12 nmol/L) en bij secundair hypogonadisme door obesitas of slaaptekort is leefstijl de eerste stap. Realistische verwachtingen:
- Gewichtsverlies — 10% afvallen bij BMI > 30 verhoogt testosteron met gemiddeld 15–25%.
- Krachttraining — 2–3× per week zware compound lifts (squat, deadlift, bench press) geeft 10–20% acute stijging en op lange termijn hogere baseline.
- Slaap — 7–9 uur per nacht. Slechts 1 week van 5 uur slaap verlaagt testosteron met 10–15%.
- Stress verlagen — chronisch verhoogd cortisol onderdrukt testosteron direct; lees meer in cortisol en chronische stress.
- Slaapapneu behandelen — CPAP-therapie alleen kan testosteron al 20–30% laten stijgen.
- Alcohol beperken — meer dan 2 standaardglazen per dag verlaagt testosteron meetbaar.
- Eiwit en gezonde vetten — minimaal 1,4 g/kg eiwit, voldoende mono- en verzadigde vetten (cholesterol is precursor).
Over supplementen bestaat veel hype en weinig wetenschap:
- Zink — alleen effectief bij een aangetoond tekort (< 10 µmol/L). Dan 15–30 mg per dag.
- Vitamine D — bij waarden < 50 nmol/L suppleren met 1000–2000 IE per dag; verhoogt testosteron bescheiden.
- Magnesium — bij tekort nuttig voor slaap en spierfunctie, indirect gunstig.
- Ashwagandha — bescheiden evidence, vooral als stress-reducerend middel; 300–600 mg per dag.
- Tribulus, fenegriek, D-asparaginezuur — klinische evidence is zwak tot afwezig; bespaar je geld.
- Boosters met “proprietary blend” — geen transparantie, vermijden.
De relatie met insulineresistentie wordt vaak onderschat: lees ook insulineresistentie en diabetes.
Risico's en bijwerkingen van TRT
TRT is in handen van een ervaren arts veilig, maar de bijwerkingen verdienen eerlijke uitleg vóór je begint:
- Polycytemie — hematocriet boven 52%. Verhoogt trombose-risico. Meest voorkomende reden voor dosisverlaging.
- Acné en vette huid — vooral in de eerste 3–6 maanden.
- Testiculaire atrofie — door onderdrukking van LH en FSH; deels reversibel na stoppen.
- Infertiliteit — spermatogenese stopt vrijwel altijd; counseling vóór start is verplicht bij mannen < 50.
- Stemmingsschommelingen — vooral bij forse piek-dal-variatie met Sustanon; stabielere vormen verminderen dit.
- Gynaecomastie — kan ontstaan door omzetting naar oestradiol; meestal bij hogere doseringen.
- Water- en zoutretentie — bescheiden gewichtstoename, meestal tijdelijk.
- Verergering slaapapneu — eerst OSAS behandelen.
- Prostaatgroei — PSA-monitoring voorkomt missen van onderliggende pathologie.
- Hart- en vaatziekten — grote RCT's (TRAVERSE, 2023) vinden geen verhoogd risico bij correcte dosering; wél bij supranormale spiegels.
Wanneer naar een hormoonspecialist?
De huisarts kan een eerste screening doen (totaal testosteron, TSH, glucose). Verwijzing naar een hormoonspecialist of uroloog-andrologie is zinvol als:
- Twee nuchtere ochtendwaarden bevestigd onder 12 nmol/L zijn én je klachten hebt.
- LH en FSH laag of normaal zijn bij laag testosteron (secundair; verdere uitwerking nodig).
- Je kinderwens hebt in combinatie met laag testosteron.
- Er verhoogde prolactine of andere hypofyse-afwijkingen in het bloed zijn.
- Je onder behandeling bent voor diabetes, obesitas of slaapapneu én klachten houdt.
- Je eerder anabole steroïden hebt gebruikt en je as niet herstelt.
Vind een gespecialiseerde arts in jouw regio: bijvoorbeeld in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht of Den Haag.
Veelgestelde vragen
Wanneer spreek je van een testosterontekort?
Van hypogonadisme spreken artsen bij een nuchter ochtend-testosteron onder de 8–12 nmol/L gemeten in 2 aparte metingen, in combinatie met passende klachten zoals libidoverlies, vermoeidheid, spiermassaverlies en stemmingsklachten.
Wat zijn de meest voorkomende symptomen van laag testosteron?
Libidoverlies, erectieproblemen, aanhoudende vermoeidheid, verminderde spiermassa, toename van buikvet, stemmingsklachten, concentratieproblemen, nachtelijk zweten en verstoorde slaap. Op lange termijn ook botontkalking en gynaecomastie.
Welke onderzoeken zijn nodig voor de diagnose?
Twee nuchtere ochtendmetingen (tussen 07:00 en 10:00) van totaal testosteron, aangevuld met SHBG, vrije testosteron-index, LH, FSH en prolactine. Standaard komen daarbij nuchter glucose, HbA1c, lipiden, PSA en hematocriet.
Is TRT (testosteron substitutie therapie) veilig?
TRT is veilig bij een juiste indicatie en strakke monitoring. Belangrijkste risico's zijn polycytemie (hematocriet >52%), acne, testiculaire atrofie en onderdrukking van de spermatogenese. Controle op 3, 6 en 12 maanden is standaard.
Wat kun je zelf doen bij een laag testosteron?
Afvallen bij obesitas, 2–3× per week krachttraining, 7–9 uur slaap, stress verminderen en een tekort aan zink of vitamine D corrigeren. Deze leefstijlinterventies kunnen testosteron met 15–30% verhogen bij overgewicht en slaaptekort.
Conclusie
Testosterontekort is méér dan “wat minder zin in seks”. Het raakt je energie, spierkracht, botten, stemming en metabole gezondheid tegelijk. De combinatie van klachten + herhaaldelijk lage bloedwaarden maakt de diagnose — nooit één meting alleen.
Bij secundair hypogonadisme door obesitas, slaapapneu of stress heb je zelf veel in de hand: gewichtsverlies, krachttraining, 7–9 uur slaap en het corrigeren van een vitamine D- of zinktekort kunnen je testosteron aanzienlijk omhoog duwen. Bij aangetoond pathologisch hypogonadisme is TRT veilig en effectief, mits door een ervaren arts begeleid en gemonitord.
Herken je jezelf in deze klachten? Start met een gesprek bij de huisarts en vraag zo nodig een verwijzing naar een gespecialiseerde arts. Gebruik onze directory om een hormoonspecialist bij jou in de buurt te vinden die ervaring heeft met mannelijke hormoonzorg.

